Tekst zomeravondontmoeting 2019 Michael Buijkx

ZOA 3 e 030Overweging zaterdag 29 juni 2019 Bergklooster, monument voor Thomas a Kempis.

Als Thomas vandaag in zijn kroniek over de Agnietenberg geschreven had zou hij begonnen zijn met: “In het jaar onzes Heren 2019, op het Hoogfeest van de heilige apostelen Petrus en Paulus.” Een Hoogfeest wordt in de katholieke ker gevierd met witte gewaden in de liturgie, wierook etc.

De Evangelie lezing van dit Feest is uit Mattheus 16, waar Jezus de leerlingen eerst vraagt wie hij volgens de mensen is en dan volgens henzelf. Petrus antwoordt:

“U bent de Messias, de Zoon van de Levende God”.

En dan zegt Jezus:

Gelukkig ben je, Simon Bar Jona,

want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard,

maar door mijn Vader in de hemel.

En ik zeg je: jij bent Petrus,

de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen

en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen.

Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven,

en al wat je op aarde bindend verklaart

zal ook in de hemel bindend zijn,

en al wat je op aarde ontbindt

zal ook in de hemel ontbonden zijn.’ (NBV)

Met deze tekst over de sleutels van de hemelpoort is de binnenkant van de Sint Pieter in Rome versierd, in manshoge grote gouden letters in het Latijn.

Het is immers de schriftuurlijke machtsbasis voor het Petrusambt, de Paus dus.

Gelukkig hebben we nu een heel bescheiden Paus, maar dat was in Thomas’ tijd wel anders.

Toen ik vroeger met leerlingen naar Rome ging ervoer ik die gouden koeienletters altijd als imponerend, werd er een beetje Maarten Luthers van.

Maar zij, protestantse 17jaringen, vonden de pracht en praal juist mooi…..

Ik denk dat de Moderne Devotie nodig is

om beide kanten van de medaille op waarde te kunnen schatten.

Je terugtrekken “met een boekje in een hoekje” is nodig

om het uit te houden in de wereld,

om de balans te vinden tussen wereldmijding en zielsmijding zoals Jos Douma vorige week schetste.

Maar als we iets mijden: wat is dan datgene wat we willen zoeken? Of wie?

Wat is het positieve dat ons aantrekt?

Daarom is de tekst uit de Navolging die ik als uitgangspunt wil nemen, uit het vijfde hoofdstuk van het tractaat over de Innerlijke Vertroosting, een lofzang op de liefde, geinspireerd door Paulus’ brief aan de Korintiërs.

“Een groot ding is de liefde,

een voortreffelijk goed:

zij alleen maakt alle lasten licht

en draagt met effen gemoed al wat oneffen is.

Want zonder belast te zijn

draagt zij haar last

en alle bitterheid maakt zij zoet en smakelijk.

De edele liefde tot Jezus drijft aan tot grote daden

en wekt op om naar altijd meer volmaaktheid te verlangen.

De liefde wil in den hoge zijn

en door geen dingen van omlaag weerhouden worden.

De liefde wil vrij zijn

en van alle aardse begeerte ontdaan:

dan wordt haar innerlijk aanschouwen niet belemmerd,

dan hoeft zij, om geen tijdelijk voordeel, banden te dulden

en voor geen tijdelijk nadeel te zwichten. “

Banden. Bindingen. Dingen waar je aan vast zit in deze wereld.

Dingen die je tegenhouden, omlaag trekken, zowel dingen van buiten

als zaken in je zelf

waar je zelf aan toegeeft of die je zelf veroorzaakt.

Ik weet er wel een paar en ik zou ze u in zulke details kunnen schilderen

dat u mij ofwel wegjaagt van hier,

ofwel – maar dat gun ik u niet –

dezelfde of vergelijkbare neigingen uit uw eigen leven zou herkennen.

In de Middeleeuwse spiritualiteit vinden we een openheid

tegenover de zonde, de duivel en zijn verleidingen

die wel ‘devoot’ maar bepaald niet ‘modern’ aandoet.

Daarbij moeten we beseffen dat de Grieks-Romeinse mythologie over de Onderwereld

en een Jeroen Bosch achtige beeldende kunst vaak het beeld bepalen

van wat 21e eeuwers onder duivel en hel verstaan,

om het vervolgens als absurd bewijs van bekrompenheid van alle religie

- en zeker de Christelijke -

af te doen naar het rijk der fabelen.

C.S. Lewis maakt in zijn satirische brievenroman “brieven uit de hel” voelbaar

hoe het “afschaffen” van de duivel

een van de best geslaagde listen is

waarmee de duivel de mensheid voor zijn karretje weet te spannen.

Want: wáánt de mens zichzelf eenmaal bevrijd van de knellende angst van deze banden,

dan denkt hij dat hijzelf alles zelf in de hand heeft

en dat hij de wereld en zijn eigen geluk kan máken.

Dat hij alles kan inzien en weten.

De mens wordt dan als het ware onbarmhartig overgeleverd aan zijn eigen, beperkte, zelf.

De heilzame binding met Gods liefde zal en wil God niet doorsnijden,

maar de autonome mens maakt het zichzelf moeilijk hem te vinden.

In het zesde hoofdstuk van het derde tractaat relativeert Thomas de menselijke autonomie precies weer met de kracht van de Liefde van God:

“De Heer: Mijn zoon, gij zijt nog niet sterk en verstandig in de liefde”

Dienaar: “Hoe zo, Heer?”

De Heer: “Omdat gij

door een geringe tegenslag

u af laat brengen

van wat gij begonnen zijt,

en al te begerig zoekt naar vertroosting.

Een sterke minnaar staat pal in de bekoringen

en hecht geen geloof aan de sluwe argumenten van de vijand.

Hij is mij genegen in voorspoed

en niet ongenegen in tegenspoed.

Een beproefde minnaar let niet zozeer op wat zijn beminde geeft

als op de liefde waarmee hij geeft.

Hij slaat meer acht op de genegenheid

dan op de waarde van het gegevene

en alle gaven stelt hij beneden zijn beminde.

Een edel minnaar rust niet in de gave,

maar in Mij,

boven alle gave.

Niet dat daarom alles verloren is,

wanneer gij jegens Mij of mijn heiligen

soms eens minder genegen gevoelens hebt

dan gij zoudt wensen.

Dat weldadige, zoete gevoel, dat gij bijwijlen ervaart,

wordt teweeggebracht door de aanwezigheid van de genade

en is een soort voorsmaak van het hemels vaderland.

Gij moet er u niet te zeer op verlaten,

want het is iets dat komt en gaat.

Neen, strijden tegen de opkomende slechte roerselen van de ziel

en de ingeving van de duivel verwerpen:

dat is het kenmerk van deugd en grote verdienste.

(…)

Weet dat de oude vijand er alles op zet

om uw verlangen naar het goede te dwarsbomen

En u weg te houden van alle vrome oefeningen:

van de verering van de heiligen

van de devote herdenking van mijn lijden

van de heilzame herinnering aan uw zonden,

van de waakzaamheid over uw eigen hart

en van het vaste voornemen om vorderingen te maken in de deugd.”

Ik kan er niet langer omheen draaien:

ik heb zelf niet veel ervaring met het lezen in de Navolging van Christus

en had me daarom alvast een ontsnappingsroute bedongen bij het bestuur

toen ik gevraagd werd om als vertegenwoordiger van de Rooms Katholieke stroming

over Thomas’ De imitatione Christi te spreken:

Zijn Kroniek over het klooster op de Agnietenberg ken ik wel, of eigenlijk vooral het hoofdstuk waarin hij spreekt over mensen buiten dat klooster: bisschoppen, Geert Grote en andere devoten, waaronder de beroemde rector van de Zwolse school, Johan Cele.

Naar aanleiding van Celes dood op 9 mei 1417 wijdt Thomas uitvoerig uit over zijn rechtschapen en ingetogen levenswijze, zijn diepe geloof, zijn grote liefde voor God en hoe hij die hij doorgaf aan zijn leerlingen.

Is het een verleiding van de ijdelheid als ik over dit stokpaardje ga uitweiden?

Misschien mag ik toch met u delen wat de persoonlijke identificatie met Cele voor mij betekend heeft, zoals ik van Mink geleerd heb de devoten in je eigen leven toe te laten.

Wat Johan Cele en Geert Groote betekenen in mijn diakonaat en in mijn leraarschap is,

– naar ik vermoed –

datgene waarin ook Thomas zich als Novicenmeester

moet hebben herkend

en wat ons hier, als zijn leerlingen, kan inspireren.

Wie in het onderwijs werkt

– dat bleek vorige week voor een aantal van u hier te gelden –

staat midden in de wereld van jonge mensen

en heeft het druk, leeft onder druk.

Naast de puberteit, de verwachtingen van de maatschappij, de waan van de dag op school zijn er ook je eigen ambities die druk uitoefenen.

In mijn geval: ik ben docent Latijn, Grieks en religious education en dus géén schoolleider of consultant. Een van de verleidingen waar ik nogal eens in verval is om boze ingezonden brieven te schrijven over de lumpsumfinanciering – zoals die leraar Duits van Koot en Bie.

Een andere om mezelf geweldig te vinden

als ik een workshop mag geven over mijn innovaties in de vakdidactiek van het Latijn.

Of om de directie te vertellen, liever nog vanachter de laptop te mailen, wat er allemaal anders zou moeten.

Maar waar ik écht voor wil gaan, dat ís niet: het bekeren van managers, het beleren van collega’s en zelfs niet voor mijn passie voor de prachtige taal waarin De Imitatione Christi is geschreven.

Ik ben er voor mijn leerlingen – en het schoolvak is maar een middel.

Ik leg de lat hóóg en wil hen vervolgens helpen die te bereiken.

Ik probeer ze te bemoedigen bij de frustraties die dat oplevert

en te helpen relativeren als deze lat te hoog gegrepen is.

Zo hoop ik ze voor hun eigen leven iets mee te geven

en een open hart voor anderen.

Leerlingen vertellen over de omstandigheden in hun leven die hen omlaag trekken. Echtscheidingen.

Ernstige gezondheidsproblemen.

Leermoeilijkheden.

Depressies en burnout die in onze maakbare samenleving, vol gelukkige selfies, steeds vaker en steeds jonger voorkomen.

Van sommige kinderen weet of vermoed ik dat ze in opgroeien in sociaal economische omstandigheden waar hun klasgenoten zich geen voorstelling van kunnen maken.

In deze en alle andere gevallen is het de kunst om te luisteren,

om voorrang te geven aan wat een kind nodig heeft,

of dat nou begrip is, of uitstel, of dóórverwijzen. Of juist wel: zelf dóórzetten.

Alleen met de liefde van God lukt dat, zo af en toe

– en vaak genoeg lukt het niet

en besef je achteraf dat je geen tijd hebt gemaakt,

dat je niet echt geluisterd hebt,

eigenlijk wel gezien hebt op iemands gezicht dat er iets aan de hand was

maar er overheen bent gewalst in de waan van je eigen agenda.

Collega Johan Cele had zich het liefst teruggetrokken in een klooster, zoals de Agnietenberg.

Hij heeft zijn hele leven het “zoete gevoel” en het verlangen naar God gekend.

Tijd gemaakt – niet stiekem maar openlijk, op school - voor bidden,

de sacramenten ontvangen,

voor de kerkmuziek die hij met zijn leerlingen opluisterde

en het uitleggen van het Evangelie aan zijn leerlingen en geïnteresseerden uit de stad.

Hij heeft zjin geloof gecombineerd met zijn werk als opvoeder, docent en rector.

Zijn goede vriend, de Deventer diaken Geert Groote, logeerde bij hem als hij in Zwolle was en ze schreven elkaar brieven die zijn bewaard.

Groote drong er bij Cele op aan om niet het klooster in te gaan

maar om het vol te houden in het onderwijs,

omdat hij daar van grotere betekenis zou zijn voor de Moderne Devotie.

Niet hijzelf, maar zijn oud-leerlingen zijn later in belangrijke functies terecht gekomen.

In de kerk, als abt of prelaat waar zij hielpen om de kerk te hervormen die een echt leven volgens het Evangelie zo hard nodig had – en heeft.

Of ze werden bijvoorbeeld schepenen in het stadsbestuur.

Dat was ‘handig’ toen de devoten in de machtsstrijd tussen gilden en patriciërs, Zwolle en Deventer, de bisschop van Utrecht als landsheer etc. vermorzeld dreigden te worden. Maar hoe trots het ook voelt om oud-leerlingen op sleutelposities in de samenleving terug te zien, ook dáár ging en gaat het niet om.

Bij de novicen meester Thomas, bij magister Johan Cele, bij de collega’s die nu in het onderwijs werken – en bij u allen als u kinderen of kleinkinderen hebt,

of als u net als Thomas, Cele en Groote géén kinderen hebt maar zich inzet voor “uw kindje” of dat nou een stichting is of een huisdier, een toneelvoorstelling, vrijwilligerswerk, een project, andere mensen om wie u zich bekommert:

In al deze gevallen die ik als “dienende liefde” wil samenvatten,

draait het uiteindelijk om de liefde van God.

Een jezelf wegcijferen – niet in de zin van: niks mogen en alles moeten weggeven.

Wel van: alles inzetten wat jou als gave, als talent gegeven is,

je er niet op beroemen, ook niet voor schamen, maar het géven:

omdat we zelf bemind zijn.

Jezelf transparant maken, dat dus wel,

en niet met je eigen ego, je eigen ambities,

het werk van de Heer, de werking van de Heilige Geest in de weg gaan zitten.

Beseffen dat je maar een mens bent

– en dus net als Petrus, steenrots van de Kerk, soms ernstig tekort schiet in de liefde tot God. (Wij horen hier vogels, hij hoorde die haan… )

en juist dáárom is hij gekozen!

Niet omdat hij volmaakt of onfeilbaar was, integendeel.

Maar: omdat hij een vriend wilde zijn van de Heer,

als mens van vlees en bloed

met al zijn passie en poeha.

Om de liefde van God te beleven en door te geven. Amen.

Diaken Michael Buijkx diakenmichaelATthomasakempisparochie.nl

ZOA 3 e 013

Contact

 

Secretariaat: 

Zuiderpad  31
8355 CC Giethoorn
Tel: 0521 36 24 52

Email: stuur een e-mail naar het secretariaat 

Rekeningnummer:
ING 09INGB0002445713  t.n.v. Stichting Thomas a Kempis, Zwolle

De Stichting Thomas a Kempis is in het bezit van een ANBI-verklaring.

citaat 4 tak

Moderne Devotie

is NEDERLANDS IMMATERIEEL  ERFGOED 

Nieuwe boeken  
 
oktober 2018
 
 
 
De laat-middeleeuwse Moderne Devotie (veertiende-vijftiende eeuw) staat equivalent aan vernieuwing van het geestelijk leven in de Lage Landen aan de vooravond van de Reformatie en aan de drie latere ontwikkelingen die daaruit zijn voortgekomen: het protestantisme, het humanisme en de zestiende-eeuwse binnenkerkelijke hervorming binnen de Rooms-Katholieke Kerk.
 
 
 
december 2018
 

Bij KokBoekencentrum is de Dialoog met novicen1 van Thomas Kempis uitgekomen, vertaald en ingeleid door Frank de Roo. Het is de eerste keer dat een Nederlandse vertaling van dit werk verschijnt.

 

Prof. dr. Frits van Oostrom en de  Moderne Devotie  

25 jaar jublileum St.Thak cor 003

Frits van Oostrum en Mariska  van Beusichem

foto Bert Pierik

Prof. dr. Frits van Oostrom pleit met betrekking tot de Moderne Devotie voor een tot de verbeelding sprekend onderzoeksproject, met Europese uitstraling. En nog meer is hij voor plaatsing van de Moderne Devotie op de  de lijst van Nederlands Immaterieel Erfgoed


Voor zijn lezing en zijn stevige conclusies (blz. 12)  Klik hier

(afbeelding Rana Berends)

 

 

Citaat van Thomas a Kempis:

Probeer geduldig andermans gebreken te verdragen; je bent zelf ook niet volmaakt, en anderen moeten met jouw tekortkomingen leven.

 

Thomas a Kempis video Windesheim Honours College

 https://youtu.be/PkVBGpM4c30

 

Navolging van Christus als luister boek:

https://librivox.org/de-navolging-van-christus-by-thomas-a-kempis/

 

 

Op de weg naar de eregalerij van het Rijksmuseum met o.a. de
Nachtwacht van Rembrandt, het Melkmeisje en Gezicht op Delft van
Vermeer, is een glas-in-loodraam waarop Thomas a Kempis is
afgebeeld. In het voorportaal van de eregalerij staat hij prominent
naast Plato in gebrandschilderd glas. Zijn boekje ‘De Imitatio’ houd hij
geopend in zijn rechterhand, met zijn linkerhand wijst hij naar boven.

 

 

 

Glossy 'THOMAS'

Thomas rood

Ter ere van het 25-jarig jubileum heeft de stichting een glossy uitgebracht, getiteld 'THOMAS'.

Verkrijgbaar in de boekhandel en bijv. bij BOL.COM.

Lees hier meer over Glossy THOMAS

Moderne Devotie, trefzekerheid ten opzichte van het gewone, juistheid in ons oordelen en correctheid in ons gedrag

(uit teksten van Emile Gemmeke, 0.Carm.)

RAPIARIUM

 

1994 Rapiarium nr 20 allerlaatste

Bijna 20 jaar oud, maar nog net zo actueel

als de 'Navolging'.

Zie rubriek Thomas >> Literatuur