Zomeravond ontmoetingen 2018 Henk Heideveld

 ZOA 1 e 2018 Henk Heideveld 031 - kopieThomas a Kempislezing:                                                                                     

 

                                           

Over spirituele armoede.            

Henk Heideveld, Zwolle juni 2018

 

Eervol dat mij gevraagd is door de Stichting Thomas a Kempis om voor de bijeenkomst op Bergklooster kort te spreken over spirituele armoede in relatie tot de beweging der Moderne Devoten

 

Nu ik hier mag spreken over de spirituele armoede begrijpt mijn erudiet gehoor meteen dat ik het niet zal hebben over de onvrijwillige materiele armoede die in de Middeleeuwen werd-, maar ook nog tegenwoordig nog wordt geleden, zij het minder in West Europa dan in de rest van de wereld.

Materiele armoede kwam in de kloosters der MD hoegenaamd niet voor. Men betrachtte in uitzonderlijke gevallen op ziekmakende wijze versterving, maar daar werd voor gewaarschuwd en het werd ontraden. Men beval in alles de middenweg aan. Een vroeg poldermodel, zogezegd.

 

Deel 1   Bezitsloosheid in de kloosters der MD.

Hetgeen men in de kloosters bezat was echter nog altijd vele malen meer dan de vele armen, bezit lozen en werkelozen bezaten en zodoende aanleiding zich aan te melden: bestaanszekerheid. Daarom had Thomas a Kempis als novicemeester zijn handen vol aan ongemotiveerde novicen en monniken. Wij zouden zeggen: gelukzoekers. Met andere woorden: als monnik was je nooit meer arm en was je kostje gekocht. Er bestonden dan ook strenge toelatingseisen.

 

De Moderne Devoten, leken zusters en broeders, alsmede de geprofeste kloosterlingen, hielden zich nauwelijks bezig met theologie en mystiek. De sfeer was eerder antiintellectueel.

 Dat blijkt ook uit veel teksten die Thomas opnam in zijn Navolging, waaronder: “Werkelijk, grote woorden maken niet heilig en rechtvaardig, maar door een leven van deugd wordt men aangenaam voor God.” En: “Wat heb je eraan  om diepzinnig te discussiëren over de drie-eenheid. Nee, van diepzinnige woorden wordt je niet heilig en rechtvaardig, maar God houdt van deugdzame mensen.”

 Nu hadden de Devoten goede argumenten voor die houding. “Reeds God de Schepper verbood de mens te eten van de boom van goed en kwaad, alsof kennis vergif voor geluk is.”  (Erasmus, Lof der zotheid, tekst 65) Ook Paulus verwerpt kennis expliciet, omdat ze opgeblazen maakt en verderfelijk is.

 

Wie het beroemde boekje van Thomas a Kempis leest moet voortdurend beseffen dat het is geschreven voor beginnende monniken met een lage tot middelbare opleiding. Het staat, met uitzondering van een gemoedelijke christologie, voor een groot deel in de traditie van het deugdentractaat 

Daarom was “Levens der Woestijnvaders” voor de Devoten gewaardeerde lectuur. Ook de franciscaan David van Augsburg had grote invloed met zijn deugdentractaat “Processus Religiosorum” (Voortgang der Monniken.) dat door iedere Moderne Devoot moest worden bestudeerd.

 


De Navolging sluit vaak naadloos aan bij geschriften tot deugdverbetering oud de oudheid, b.v. bij Keizer Marcus Aurelius (121- 180) die als stoïcijn weer putte uit teksten van de oude stoa bij Zeno, tot en met de nieuwe stoa bij Seneca. Marcus Aurelius schreef zijn beroemde “Overpeinzingen”  dat tot op heden in talloze talen steeds weer is uitgegeven. Uitgangspunt van dat soort geschriften is dat de kritische menselijke rede tot volmaakt gedrag kan leiden.

 

Over de hoge toppen der mystiek leest men weinig in de Navolging van Thomas. Het oogmerk is te groeien in de dienstbaarheid en in de liefde aan elkaar en in gehoorzaamheid aan de overheid van het klooster. Hierin zal ongetwijfeld een belangrijk element hebben gelegen dat vandaag de dag in Zwolle met name politici, ondernemers en de laatsten der christenen zich over hun erfgoed hebben ontfermd, bedreven als zij allen zijn in het leggen van aandachtspunten die hen passen. We noemen dat een postmoderne omgang met oude geschriften. Dat schijnt te mogen, maar historisch verantwoord is het allemaal niet. Zo hoor je nooit eens iemand van de VVV of Vereniging Citycentrum lovende woorden spreken over het deel dat Thomas besteedt aan de Eucharistie.

 

De Navolging betreft in eerste instantie een handboek bij het gevecht tegen de menselijke zelfzuchtigheid, eerzucht en heerszucht. Het grote ego moet worden bestreden. Dat is heel pragmatisch van Thomas, want een kloosterfamilie staat of valt bij de dienstbaarheid aan elkaar. De naastenliefde kan alleen bloeien waar met zelfzuchtigheid is afgerekend zodat de naastenliefde vrij baan kan krijgen.

 

Thomas a Kempis schrijft in zijn Navolging: “Het is zinloos om alleen aan dit leven te denken en niet aan de toekomst.”  Daaruit blijkt de richting waarop deze volkse devotie was gericht: de Nieuw Testamentische belofte van een eeuwig leven in de hemel. En daar wilden grote groepen van stedelingen in de IJsselregio zich aan committeren.

 

Deel 2,  spirituele armoede.

Het afzien van het eigen ik als nastreven van spirituele armoede heeft ten doel de godsbeleving in het hier en nu te realiseren.

Niet wordt op traditioneel christelijke wijze gespeculeerd dat men zelf als historische persoon over de dood heen in de hemel zou kunnen worden opgenomen om daar in eeuwige zaligheid te verblijven.

Dat maakt mystiek voor grote groepen van mensen met religieuze ambitie ongeschikt, want men moet intellectueel nogal wat in huis hebben. 

 

Christelijke mystici wiens werken aan de Moderne Devotie vooraf gaan zijn het er over eens dat de religieuze mens die de godsnadering zoekt eerst zijn eigenheid, oordelen en vooroordelen moet zien af te leggen alvorens er een begin kan worden gemaakt met de ontvankelijkheid voor de goddelijke nabijheid. Aanbevolen wordt in een sfeer van zelf-ontlediging (“nietsheid”) te geraken. Van al het aardse moet men zich afwenden en aan het hemelse mag men nog niet denken. Want pas als men de eigen persoonlijkheid heeft vernietigd, is men gereed om de godheid tot zich te laten komen. Dat heeft niets te maken met strenge ascese, alles met een consequent volgehouden concentratie op het onpersoonlijk 'er-zijn' zelf, met als doel dat het leven dat God de mens ter beschikking heeft gesteld onverdeeld in blijdschap om Gods nabijheid kan worden ervaren.

 

  

 

De Rijnlandse mystiek van Eckhart , Suso en Tauler die zich juist voorafgaand aan de Moderne Devotie had ontwikkeld, had bij de Devoten een slechte naam, net als de geschriften van Johannes Ruusbroec, waarmee zelfs Geert Groote (1340-1384) niet geheel kon instemmen, hoezeer hij deze als schrijver ook waardeerde en bij leven nog heeft bezocht, samen met de Zwolse onderwijzer Johannes Cele. Dit was waarschijnlijk de invloed van Geert Groote die niet bepaald bekend stond als humanistische nieuwlichter. Hij conformeerde zich als geschoold jurist aan de letter van het kerkelijk recht en wie daarvan afweek ontmoette in hem een scherpslijpende tegenstander die al spoedig de bijnaam van ‘Ketterhamer’ verwierf.

 

Geert Groote wist natuurlijk ook van de kerkelijke veroordeling van maar liefst 28 stellingen van Eckhart. Die stellingen raken vaak de kern van alle mystiek: de spirituele eenwording van de mens met het ‘Mysterie van het leven’, het grote ‘Natuurgeheim’, in de christelijke traditie genoemd: ‘God’. De weg die er naartoe leidt loopt, zoals Eckhart het stelt, via de geestelijke armoede, het afzien van alles wat al te zeer persoonlijk aan jezelf is.

Ik laat enkele stellingen volgen:

 

9) “Dat wij in het eeuwige leven niet onder God staan, gelijk de knecht onder de heer.”

10) “ Wij worden geheel in God veranderd, zoals in het sacrament het brood in het lichaam van Christus veranderd wordt.”

11) “Wat de Vader zijn eengeboren Zoon in de menselijke natuur gegeven heeft, dat heeft Hij mij geheel gegeven.”

 

Dat de mystiek pretendeerde dat de religieuze mens zich met God kon verenigen, zij het dat het initiatief bij God werd gelegd, maakte haar in de ogen van kerkelijke ambtsdragers suspect. In de stilte van de kloostercel werden echter velen erdoor geënthousiasmeerd.

 

Zo lijkt Ruusbroec de Rijnlandse mystiek goed te kennen als hij schrijft in zijn “Het sieraad der geestelijke bruiloft.” : “Nu beziet God de woning en de rust, die Hij met ons en in ons gemaakt heeft, dat is de eenheid en de gelijkendheid. En die eenheid wil Hij bezoeken.”

“En Hij ( Christus, HH) wil, dat wij de eenheid en de gelijkendheid (met God, HH) opzoeken zonder tussenpoze met ieder werk, dat wij doen, want in elk nieuw nu wordt God in ons geboren… (2e boek, hst. 61)

 

 

De geschriften van genoemde mystici kregen een grote verspreiding, dus ongetwijfeld hebben dat soort teksten tot de persoonlijke boekenvoorraad van individuele kloosterlingen behoord, ook die der Moderne Devoten.

 

Het kernpunt in de hoge mystiek inzake armoede van geest, het afzien van de eigen persoonlijkheid, klinkt bij Eckhart aldus: 

“Het menselijk verstand, de rede, bezit in principe reeds de opperste waarheid, want ze is door God in de mens neergelegd en God brengt geen halve waarheden in de menselijke rede in.” 

En: “Uit de kennis die het menselijk intellect kan vergaren ten aanzien van de godheid vloeit de zaligheid der mensen voort en deze zaligheid is het eeuwige leven.”

 

Hier klinkt als een echo het woord van het Evangelie naar Johannes (17:3) En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.”

 

Eckhart borduurt verder op deze tekst van Johannes die dus eigenlijk zegt dat de hemel zich rondom ons bevindt in het hier en nu,  (gelijk Ruusbroec)  hetgeen berust op de grond van ons geloof in de Ene God die Ondeelbaar is en waarin wij ons geheel en al bevinden.

 

Over het resultaat van deze zelfontlediging heeft Meester Eckhart o.m gezegd: “Indien een mens volledig van zichzelf afziet moet de godheid zich in deze ontledigde mens wel vestigen, anders zou God ophouden God te zijn.”

Eckhart ( 1280 – 1328)  kon dit zeggen omdat hij rationeel trachtte te denken over God. Anselmus (1033- 1109) was hem in dat redelijke denken voorgegaan als christelijk filosoof. Anselmus schreef rond 1077 zijn boekje ‘Geloof op zoek naar inzicht’, bekend geworden onder de titel ‘Proslogion’.  Daarin formuleert hij op basis van de rede zijn beroemde ‘ontologische argument’ ( ontologie, de leer betreffende het ZIJN) het bewijs dat God bestaat dat tot uiting komt in de definitie: "God is het grootste dat zich denken laat." Anselmus is namelijk van mening dat wie zich God ‘denkt’, logisch gehouden is zijn begrip ‘God’  met existentie te verbinden, zodat de uitspraak  ‘Er is geen God’ zich bij nader inzien als een logische tegenspraak ontpopt.

 

Eckhart verwijst de zoekende mens dus naar binnen, naar het diepste "zijn" in zijn wezen. Daaruit moet de schouwende mens zichzelf verwijderen opdat het uitzicht op de godheid niet door de schaduw van de persoonlijkheid wordt verduisterd.

 Net als Jezus bij Lucas ( Luc. 17:21) zegt Eckhart in navolging van Augustinus tot de mens: “Gij hebt alle waarheid al in u als uw eigen wezen; waarom zoekt ge buiten u? Het koninkrijk des Heren  is in u.”

 

Zo wordt duidelijk wat voor Eckhart mystiek is. Hij distantieert zich van de ascetische, stoïcijnse levenshouding die er naar streeft zo te leven dat niets of niemand ons nog kan raken. Dat is een houding die door Marcus Aurelius en door veel  andere Romeinse en Griekse filosofen wordt aangeprezen, alsmede in het boeddhisme. Eckhart pleit voor een houding van waarachtige armoede waarbij we alles wat we hebben, weten en zijn afleggen om in het naakte niets te gaan staan. Hij noemt dit moment ‘ein Durchbruch’,  een doorbraak waarbij we tegelijk onze kern bereiken en inkeren in de God voorbij onze voorstellingen.

 

Marcel Braekens zegt daarover in zijn boek over Meester Eckhart (blz 65): “Door de houding van onthechting (bij Eckhart) bevrijden we de werkelijkheid van haar statuut van object en krijgt ze haar vrijheid terug. Indien de wereld van de objecten echter ophoudt te bestaan, verdwijnt ook het subject dat eraan beantwoordt. De mens komt, met andere woorden, tot een nieuwe zelfervaring waarbij doorheen de ontkenning leven in en uit kan stromen en een nieuwe eenheidservaring groeit tussen mens en natuur, mens en medemens, God en wereld.”

 

De broeders en zusters van de Moderne Devoten hielden zich niet bezig met Eckharts suggestieve mystiek waarin de mens volkomen kan verenigd worden met God. Maar bij de Windesheimers Hendrik Mande en Gerlach Peters komt, als uitzondering op de overige religieuzen die tot de Congregatie van Windesheim behoorden, wel het mystieke schouwen in tractaten tot uiting. Post schrijft: “Hun werken, (Hendrik Mande en Gerlach Peters)  bevatten ofwel gesprekken van de minnende ziel met God, ofwel beschrijvingen der stadiën, die de godminnende zielen moesten doorlopen om tot de hoogste graad van liefde, het schouwen van God, te komen.”  (Citaat R.R. Post, ‘ De Moderne Devotie, blz 142.)

 

Thomas a Kempis kende zijn pappenheimers en was sceptisch over de mogelijkheid dat de zonen van boeren en burgers die staat van geestelijke armoede in een reguliere kloostergemeenschap zouden kunnen bereiken. Hij heeft weldegelijk besef van de hoge mystiek, want hij schrijft er over in zijn Navolging: ( Boek 2, 11) “Ach, waar vindt je iemand die God wil dienen om niet? Zo zeldzaam is zo’n vergeestelijkt mens, die van alles ontbloot is. Ja, waar vind je iemand, die in waarheid arm van geest is, en vrij geworden van al het geschapene?”

Thomas heeft er weinig vertrouwen in dat een mens de afgescheidenheid die Eckhart aanbeveelt kan bereiken.

 

Eckhart laat het hoge stadium van ontpersoonlijking volgen door de mogelijkheid te opperen van de intrede van God in de mens.

Thomas laat zijn tekst, over het afzien van de eigen wil en het volkomen accepteren van hetgeen een mens aan ellende kan overkomen, overgaan in een pleidooi om dat lijden te accepteren in het licht van het kruis van Christus. Daarmee heeft hij in de eerste plaats de geestelijke gezondheid van de gehele christengemeente op het oog, ongetwijfeld ingegeven door de opdracht de naaste lief te hebben en die niet nodeloos overmatig te belasten.

 

Ziedaar het verschil in hun oogmerk:

 

Thomas vraagt de startende kloosterling om christelijke nederigheid en dienstbaarheid. Zo kan, gesteund door de heilige Schrift, de uitleg van de kerkvaders en leiding van de heilige Geest, eeuwig leven na de dood worden veilig gesteld.

Eckhart wijst in zijn overgeleverde geschriften de individuele mens op diens eigen verantwoordelijkheid en speurzin om in het ontledigde zelf in het hier en nu reeds de godheid toe te laten treden.

Ook Tauler zegt: “Pas de mens die geestelijk arm is geworden, die af heeft gezien van bezit, ook zichzelf,  kan tot inzicht in het goddelijk mysterie geraken.”

                       

Eckhart lijkt overigens de effectiviteit van de weg via de deugd die de Moderne Devoten willen gaan te bevestigen als hij stelt: “God en de mens worden in de deugd geheel met elkaar verenigd.”

Die uitspraak zal ongetwijfeld volmondig door Thomas a Kempis worden beaamd.

 

Ik dank u voor uw aandacht.

 

Moderne Devotie

 NEDERLANDS IMMATERIEEL  ERFGOED        

Presentatie 
 
Publieksboek
Moderne Devotie
 
6 oktober 2018  
Kerk van Windesheim
 15 - 17 uur

   

Prof. dr. Frits van Oostrom en de  Moderne Devotie  

25 jaar jublileum St.Thak cor 003

Frits van Oostrum en Mariska  van Beusichem

foto Bert Pierik

Prof. dr. Frits van Oostrom pleit met betrekking tot de Moderne Devotie voor een tot de verbeelding sprekend onderzoeksproject, met Europese uitstraling. En nog meer is hij voor plaatsing van de Moderne Devotie op de  de lijst van Nederlands Immaterieel Erfgoed

Voor zijn lezing en zijn stevige conclusies (blz. 12)  Klik hier

 

Citaat van Thomas a Kempis:

Probeer geduldig andermans gebreken te verdragen; je bent zelf ook niet volmaakt, en anderen moeten met jouw tekortkomingen leven.

 

Thomas a Kempis video Windesheim Honours College

 https://youtu.be/PkVBGpM4c30

 

Navolging van Christus als luister boek:

https://librivox.org/de-navolging-van-christus-by-thomas-a-kempis/

 

 

Op de weg naar de eregalerij van het Rijksmuseum met o.a. de
Nachtwacht van Rembrandt, het Melkmeisje en Gezicht op Delft van
Vermeer, is een glas-in-loodraam waarop Thomas a Kempis is
afgebeeld. In het voorportaal van de eregalerij staat hij prominent
naast Plato in gebrandschilderd glas. Zijn boekje ‘De Imitatio’ houd hij
geopend in zijn rechterhand, met zijn linkerhand wijst hij naar boven.

 

 

 

Glossy 'THOMAS'

Thomas rood

Ter ere van het 25-jarig jubileum heeft de stichting een glossy uitgebracht, getiteld 'THOMAS'.

Verkrijgbaar in de boekhandel en bijv. bij BOL.COM.

Lees hier meer over Glossy THOMAS

Moderne Devotie, trefzekerheid ten opzichte van het gewone, juistheid in ons oordelen en correctheid in ons gedrag

(uit teksten van Emile Gemmeke, 0.Carm.)

RAPIARIUM

 

1994 Rapiarium nr 20 allerlaatste

Bijna 20 jaar oud, maar nog net zo actueel

als de 'Navolging'.

Zie rubriek Thomas >> Literatuur