Tekst Thomas lezing: De Nederlandse Paus

 

Afbeeldingsresultaat voor nederlandse paus500 Jaar Reformatie. Dit jaar herdenken we dat de Duitse monnik en theologieprofessor Maarten Luther op 31 oktober 1517 in het universiteitsstadje Wittenberg zijn 95 stellingen publiceerde tegen de perverse handel in aflaten. Dat was een wijdverbreide praktijk waardoor katholieke gelovigen voor geld een plaats in de hemel konden reserveren of in elk geval hun verblijf in het vagevuur- het voorportaal van de hemel – aanmerkelijk konden inkorten.

Luthers aanklacht tegen deze religieuze koehandel geldt als het begin van de reformatie en ontvlamde binnen de kortste keren tot een felle aanklacht tegen àlle misstanden in de katholieke kerk. Zijn opstand tegen de corrupte roomse elite sprak de Duitse boeren, burgers en geestelijken onmiddellijk aan. Luther voedde een onvrede die al veel langer door Duitsland en de andere noordelijke landen van Europa had gewaard, ook door de Nederlanden. De tijd was rijp voor een ingrijpende hervorming.

 

Biografie Adrianus.

  

Goedenavond, mijn naam is Twan Geurts, schrijver en theoloog. Ik voel me zeer vereerd dat ik hier vanavond in Zwolle de negende Thomaslezing mag houden. De beweging waar Thomas a Kempis zo’n prominente vertegenwoordiger van is geweest, de Moderne Devotie, zal een belangrijke rol spelen in het verhaal dat ik u wil vertellen. Dat zal ik doen aan de hand van de biografie van de Nederlandse paus Adrianus van Utrecht, zelf opgevoed in de geest van de Moderne Devotie en dus ook een zoon van de IJsselvallei.

Adrianus’ leven is een gróot Europees verhaal dat zich afspeelt in een complexe geografische en politieke context, met naast Adrianus bekende tijdgenoten als Erasmus, keizer Karel V en Luther in de belangrijkste rollen. Om mijn weg te vinden in deze verre periode van de geschiedenis en niet te verdrinken in de oceaan aan publicaties die er over alle hoofdrolspelers zijn geschreven heb ik vanaf het begin het advies gezocht van enkele wetenschappelijke experts, en ben ik Adrianus achterna gereisd door Europa - van Leuven naar Zaragoza, en van Barcelona naar Rome - om te zien welke sporen hij daar heeft achtergelaten. Zo heb ik uitvoerig Adrianus’ avontuurlijke jaren in Spanje kunnen beschrijven. Die kregen in eerdere biografieën nauwelijks aandacht, terwijl hij daar toch veel langer is geweest dan in Rome, meer dan zes jaar.

De uiteindelijke vorm van mijn boek heb ik pas halverwege het schrijfproces gevonden, toen ik besloot de levenslijnen van tijdgenoten Erasmus en Luther nog meer als parallelle motieven door Adrianus’ eigen Werdegang te weven. Hun achtergronden en biografieën bleken sterker met elkaar verwant dan ik aanvankelijk dacht. Alle drie werden zij gevormd door de lessen van de Moderne Devotie en ze waren landgenoten, noorderlingen, hoe je het geografisch ook wendt of keert. Ze meenden dat de christenheid alleen kon worden gered door opvoeding en educatie, door een nieuwe spiritualiteit en een drastische hervorming van de kerk. Zij zochten elk hun antwoord op de grote vragen van hun tijd, maar gingen tenslotte radicaal verschillende wegen.

Ik zal vandaag proberen de verwantschap én ook de uiteindelijke controverses tussen de drie hervormers Adrianus, Erasmus en Luther te laten zien, maar laat ik om te beginnen kort het leven schetsen van Adrianus van Utrecht.

 

 

CV Adrianus.

Hij werd op 2 maart 1459 geboren op de hoek van de Oudegracht en de Brandstraat, vlakbij de Smeebrug, als zoon van een gegoede scheepstimmerman. Op zijn twaalfde ging hij naar de Latijnse school van de Broeders van het Gemene Leven, waarschijnlijk in Zwolle, en raakte daar vertrouwd met het gedachtegoed van de Moderne Devotie, – de vernieuwingsbeweging die hier in deze streken, ver verwijderd van de geestelijke centra van het middeleeuwse leven - was ontstaan aan het eind van de veertiende eeuw en die streefde naar een sober, werkzaam, godvruchtig en gewetensvol leven in de geest van de eerste christelijke gemeenschappen, in navolging van Christus zelf.

Na Zwolle liet Adrianus zich inschrijven als student in Leuven. Hij maakte een snelle carrière als theoloog en werd deken van de stad Leuven. Steeds vaker vroegen de geestelijke en wereldlijke overheden in de Lage Landen hem als adviseur en in 1507 stelde Maximiliaan van Oostenrijk hem aan als geestelijk opvoeder van zijn kleinzoon, prins Karel van Habsburg. Die stuurde hem eind 1515 als diplomaat naar Spanje om daar de kroon van Castilie voor hem veilig te stellen. Adrianus werd benoemd tot bisschop van Tortosa, daarna ook tot kardinaal en grootinquisiteur. In 1520 benoemde Karel hem tot stadhouder van Spanje, toen die zichzelf in Aken tot keizer van het Heilige Roomse Rijk der Duitse natie liet kronen.

Adrianus was er zelf niet bij toen 39 kardinalen hem op 9 januari 1522 tot paus van de katholieke kerk kozen. Als stadhouder van de keizer bereidde hij op dat moment in het Baskische stadje Vitoria een oorlog voor tegen de Franse koning die met zijn troepen het noorden van Spanje wilde binnenvallen. Het kostte paus Adrianus vervolgens een half jaar om door het dal van de Ebro naar de Spaanse kust te trekken en langs de havensteden van de Middellandse Zee naar Rome te varen.

Na een pontificaat van amper twintig maanden stierf hij, op 14 september 1523, onder verdachte omstandigheden. Uiteindelijk verbleef Adrianus niet langer dan 1 jaar in het Vaticaan, de eerste vier maanden gingen ook nog eens verloren aan de pest die door Rome raasde.

 

Moderne Devotie.

Adriaan zal als kind ongetwijfeld vol bewondering hebben opgekeken naar de 112,5 meter hoge Domtoren in zijn geboortestad. Maar het is de vraag of hij er bij zijn latere bezoeken aan Utrecht nog zo van onder de indruk is geweest. Als middelbare scholier kwam hij in aanraking met de ideeën van de Moderne Devotie op school bij de Broeders van het Gemene Leven. De inspirator van deze religieuze leefgemeenschap, Geert Grote, had in 1374 al gepreekt tegen de plannen van de bisschop van Utrecht om van de Dom de hoogste kerkspits van het land te maken. Zo’n toren van Babel voedde maar de hoogmoed en de ijdelheid van de geestelijkheid, vond Grote. De Utrechters konden het geld dat ze eraan spendeerden beter aan de armen en de zieken geven.

 

Adriaans godvruchtige moeder Geertruid vertrouwde de opvoeding van haar zoon toe aan de Broeders van het Gemene Leven. Die woonden vaak in kleine leefgemeenschappen midden in de steden van de noordelijke Nederlanden en onderhielden er studentenhuizen voor begaafde scholieren zoals Adrianus. ‘De indrukken die hij hier opdeed hebben zijn hele leven beïnvloed,’ schreef de katholieke, Duitse historicus Ludwig von Pastor aan het begin van de vorige eeuw in zijn gezaghebbende biografie over der letzte Deutsche Papst Adrianus van Utrecht. ‘Hij leerde de godsdienst te beschouwen als de basis van elke waarachtige Bildung en vatte er een liefde op voor het eigen wetenschappelijke werk. Zijn ernstige levensbeschouwing, het hoge ideaal van het priesterschap, zijn diepe afschuw voor de ontwijding van het heilige en zijn liefde voor de studie van de Bijbel en de kerkvaders die hij later aan de dag zou leggen: dat dankte Adriaan allemaal aan de krachtige stempel van zijn eerste leermeesters.’ 7 minuten

De keuze voor een goede school bracht Adrianus toen hij zo’n twaalf jaar oud was hoogstwaarschijnlijk naar Zwolle, al zijn daar net als voor de inschrijving aan zijn eerste school in Utrecht, geen tastbare bewijzen voor.

Ook Deventer claimt de Nederlandse paus als oud-leerling. In de voorgevel van de vroegere Latijnse school in die stad is een medaillon gemetseld met een portret van Adrianus, naast het glas-in-lood raam van een studerende Erasmus. Maar het meest waarschijnlijk is dat hij naar Zwolle is gegaan, zijn adellijke Utrechtse jeugdvrienden en schoolgenoten Willem en Herman van Lokhorst achterna. Van de oudste broer Dirk staat vast dat hij in Zwolle heeft gestudeerd, hij zou er als scholier zelfs zijn overleden.

 

ADRIANUS, ERASMUS, LUTHER

ADRIANUS.

In de jaren dat Adrianus van Utrecht de Latijnse school bezocht, tussen 1470 en 1476, was het onderwijs in de Nederlanden nog niet aangeraakt door het Italiaanse humanisme. Dat was een taalkundige en literaire beweging die het verwaterde Latijn van de late middeleeuwen wilde opfrissen door terug te keren naar de bronnen van de klassieke oudheid en het vroege christendom. De verovering van Constantinopel door de Ottomaanse heersers in 1453 had het einde van het Byzantijnse Rijk ingeluid, de christelijke geleerden waren met hun kennis en een schat aan authentieke Latijnse, Griekse en Hebreeuwse teksten en documenten naar het westen gevlucht en hadden daar het licht van de renaissance aangestoken. Deze hergeboorte van de klassieke beschaving leidde tot de intellectuele en literaire beweging van het humanisme die het concept van de mens als maat van alle dingen begon te verkiezen boven het middeleeuwse, bovennatuurlijke verklaringsmodel van de Kerk.

De Italiaanse renaissance drong pas aan het eind van de vijftiende eeuw ook tot het noorden van Europa door. Adrianus heeft dat op zijn school in Zwolle net niet meer meegemaakt.

 

ERASMUS.

Zijn landgenoot Desiderius Erasmus, hooguit tien jaar jonger dan Adrianus, heeft wél de eerste betovering van de oorspronkelijke klassieke teksten ondervonden, hij zat op school bij de Broeders van het Gemene Leven in Deventer. Daar werd in 1483 de humanist Alexander Hegius rector van de opleiding en die liet zijn leerlingen verder kijken dan de obligate grammatica van het middeleeuwse Latijn, hij gaf ze teksten te lezen van Cicero en Seneca, liet hen kennismaken met het oude Grieks. Erasmus’ eerste lessen in deze taal waren een openbaring en groeiden uit tot een levenslange passie die de basis legde voor het bijbels humanisme waar hij zo beroemd mee is geworden. Het geringe leeftijdsverschil tussen Adrianus en Erasmus heeft dus grote gevolgen gehad voor hun kennismaking met de wereld van de taal en de theologie. Misschien was Adrianus daarom ook niet zo goed voorbereid op de moderne, humanistische mentaliteit die hij als paus aan het renaissancistische hof in Rome zou ontmoeten.

 

LUTHER.

Er is nog een bekende tijdgenoot uit de noordelijke landen die als adolescent de lessen van de Moderne Devotie in zich heeft opgezogen, ook al zat hij maar een jaar bij de broeders op school. De jonge Duitser Maarten Luther was, net als Adrianus van Utrecht en Erasmus van Rotterdam, een slimme getalenteerde jongen uit een redelijk gesitueerde burgerfamilie die besefte hoe belangrijk een goede opleiding was voor een succesvol leven.

Maarten Luther werd op Sint Maartensdag 11 november 1483 gedoopt in de Petrus en Pauluskerk van Eisleben en groeide op in het naburige Mansfeld. Zijn ouders waren trouwe kerkgangers, maar niet overdreven vroom. Maarten bezocht eerst de Latijnse school van Mansfeld en daarna in 1497 een jaar lang de Maagdenburgse Domschool waar hij werd onderwezen door de Broeders van het Gemene Leven.

Er bestaat een onmiskenbare verwantschap tussen de moderne devoot Geert Grote en de latere Duitse hervormer Maarten Luther. Zij fulmineerden allebei tegen de misstanden in de Kerk en vooral de aflatenhandel, ze koesterden een heilig ontzag voor de boodschap van de Bijbel en wilden die ook voor de gewone gelovigen toegankelijk maken. In Duitsland raakten de meeste aanhangers van de Moderne Devotie betrokken bij de reformatie die Luther zou ontketenen, zijn vrouw Katharina von Bora, een gewezen non die in een zustergemeenschap had geleerd om in haar levensonderhoud te voorzien, was een bewonderaar van Geert Grote.

Maar anders dan de Lutheranen stuurden de moderne devoten zelf liever aan op een reformatie van het hart en het leven, dan op een kerkelijke revolutie. Dat was ook het pad dat Adrianus van Utrecht verkoos. Een reformatie van het hart en het leven.

 

LEUVEN.

Die hervormingsdrift wordt al zichtbaar in Adrianus’ Leuvense jaren. Hij onderscheidde zich daar als een zeer talentvolle student, als hoogleraar theologie maakte hij een snelle carriere in de wetenschap, maar ook in het bestuur van de universiteit en als diplomatiek vertegenwoordiger van de stad en als adviseur van het bestuur van de Nederlanden.

Geleidelijk aan groeide Adrianus uit tot de intellectuele leider van de Leuvense geestelijkheid. Hij hield zich doorgaans keurig aan de richtlijnen van de traditionele geloofsopvatting, hij was en bleef een vertegenwoordiger van de middeleeuwse theologie, volgens sommigen zelfs een ‘dorre scholasticus’. Tegelijkertijd durfde hij regelmatig buiten de gebaande paden te treden. Hij ontwikkelde nieuwe ideeën over een praktisch toepasbare theologie en een toegewijde zielzorg voor de gewone gelovigen. Hij nam graag deel aan de openbare disputen aan de Artesfaculteit die elk jaar bij het ingaan van het kerstreces, na het feest van Sint Lucia tussen 14 en 20 december, werden gehouden. Daar vond hij de vrijheid om lastige vragen aan de orde te stellen die geen scholastiek handboek kon beantwoorden. Zo’n brandende kwestie was de vraag: waaraan geeft een priester voorrang wanneer hij moet kiezen tussen gehoorzaamheid aan het leergezag of aan zijn eigen geweten? Het klassieke antwoord luidde: ga er maar vanuit dat de kerkelijke hiërarchie het bij het juiste eind heeft, het is hoogmoedig om te denken dat je het zelf beter weet! Adrianus pleitte juist voor het primaat van het eigen inzicht, je hoeft niet te gehoorzamen aan de opdracht van een kerkelijk leider als die indruist tegen je persoonlijk geweten.

Dat was een tamelijk vrijzinnige opvatting in die tijd. Professor Adrianus was minder geïnteresseerd in subtiele haarkloverijen dan in praktische oplossingen voor de dagelijkse dilemma’s van priesters en gelovigen. Hij was een Leuvenaar, maar hij durfde vragen te stellen bij de autoriteit van de paus en de kerkelijke hiërarchie. In een van zijn commentaren bestrijdt hij zelfs nadrukkelijk de leer van de pauselijke onfeilbaarheid: ‘Wanneer men onder de Roomse Kerk het hoofd ervan verstaat, dus de paus, dan is het zeker dat deze kan dwalen in aangelegenheden die met het geloof te maken hebben, wanneer namelijk de paus in een van zijn geloofsdefinities of oordelen een ketterij verkondigt; meerdere pausen van Rome zijn immers ketters geweest.’ Adrianus spoorde zijn collega’s aan om zich vooral te wijden aan actuele vraagstukken en te onderzoeken wat de Schrift, de kerkvaders en het canonieke recht daarover te zeggen hadden.

Voorzichtig begon hij in Leuven de eerste hervormingen in de geest van de Moderne Devotie door te voeren. Gerard Morinck vertelt in zijn biografie van Adrianus uit 1536 een veelzeggende anekdote, een van de weinige spannende verhalen over Adrianus’ jaren in Leuven. Als deken van de Sint Pietersbasiliek wilde hij erop toezien dat de kanunniken van zijn kapittel de celibaatswet naleefden en hun concubines zouden wegsturen. Dat kostte hem bijna zijn leven. Tijdens een ontbijt bij een van de kanunniken thuis probeerde diens maîtresse Adrianus te vergiftigen door hem een kool voor te zetten die ze met arsenicum had bewerkt. Adrianus werd gered door een andere kanunnik, de arts Johannes Spierinck, die hem net op tijd het juiste tegengif kon toedienen.

Het is zeker dat de uitvoerige vermelding van dit voorval de bedoeling had om Adrianus van Utrecht af te schilderen als een vroege hervormer van de kerkelijke normen en waarden. Gerard Morinck was een bewonderaar van de paus. Dat hij deze gebeurtenis zo uitmeet zegt veel over de eerbied die latere wetenschappers koesterden voor hun leraar, die zo vroeg al pal stond voor een morele herbewapening. Adrianus’ voorbeeld inspireerde hen tot eenzelfde verzet tegen de vele misbruiken die de Kerk in de greep hielden. Adrianus van Utrecht wilde graag dat de priesters het goede voorbeeld gaven aan de gewone gelovigen, daarom riep hij zijn collega’s op om het anders te doen en zich aan de afspraken van de Kerk te houden.

 

ADRIANUS en ERASMUS

Adrianus en Desiderius Erasmus ontmoetten elkaar voor het eerst in 1502 in Leuven. Er was veel dat hen verbond. Theologiehoogleraar Adrianus was niet perse een fan van de humanisten, maar hij erkende het talent van de jonge Erasmus en bood hem een leerstoel in de poëtica aan, Erasmus sloeg dat aanbod vriendelijk af, hij bleef liever de onafhankelijke wetenschapper die van universiteit naar universiteit zwierf en dicht in de buurt van een goede uitgever wilde woonde.

Paus Julius II. Na zijn eerste verblijf in Leuven was Erasmus uitgegroeid tot een beroemde geleerde; rusteloos was hij van Frankrijk naar Engeland gereisd. In het voorjaar van 1509 bezocht hij het Eeuwige Rome. Op de terugweg schreef hij zijn bekende satire de Lof der zotheid. Dat was een keiharde aanval op de pausen, de priesters en de monniken van die dagen die geen middel onbenut lieten om zichzelf te verrijken: door vriendjespolitiek, door hoge belastingen op te leggen, ambten en aflaten te verkopen en zelfs oorlogen te voeren, vaak om hun persoonlijke belangen te dienen, zoals de beruchte oorlogspaus Julius II over wie Erasmus na diens overlijden in 1513 een vernietigende dialoog schreef. Erasmus was niet tegen het pausschap als instituut, maar hij stelde tegenover het pontificaal vertoon van macht, oorlogszucht en grootheidswaan de positieve, christelijke deugden van een godvruchtig leven, kennis van de Bijbel en een vurige naastenliefde.

 

AFLAATSTELLINGEN.

Nee, niet de kritische intellectueel Erasmus vormde een bedreiging voor de katholieke kerk. Het echte gevaar kwam, zo besefte Adrianus al vroeg, uit een heel andere hoek, uit Duitsland wel te verstaan waar de jonge monnik Maarten Luther op de laatste dag van de maand oktober in het jaar 1517 zijn 95 stellingen tegen de aflatenhandel op het publicatiebord van de Wittenbergse universiteit had gespijkerd. Of geplakt, daar zijn de geleerden het nog steeds niet over eens.

 

1517.

Laten we de gebeurtenissen vanaf dat moment op de voet volgen. ADRIANUS VERBLIJFT in 1517 ALS AMBASSADEUR VAN Karel van Habsburg in Spanje en hij wordt tot kardinaal benoemd. Hij hoopt dat zijn verblijf in Spanje van korte duur zal zijn, daarom laat hij in zijn geboortestad Utrecht een grote prive-residentie bouwen in een hoek van de Kromme Nieuwegracht, voor na zijn terugkeer naar de Nederlanden.

Erasmus intussen is bezig aan de universiteit van Leuven zijn oude droom te verwezenlijken van een Collegium Trilingue, dat is een van de eerste studiecentra in Europa waar de drie oude talen van het Latijn, het Grieks en het Hebreeuws worden gedoceerd. Iedereen moest de heilige geschriften in hun originele vorm kunnen lezen. De staat van die heilige teksten was betreurenswaardig, vond Erasmus. In de vele eeuwen van overlevering waren er door het werk van ‘ongeletterde kopiisten en dronken letterzetters’ veel verminkingen en slordigheden ingeslopen. Daarom had hij zelf vlak daarvoor het Nieuwe Testament laten uitgeven in de oorspronkelijke Griekse tekst, de eerste editie van dit Novum Instrumentum was in april 1516 verschenen bij de Bazelse drukker Johannes Froben.

 

1518.

Als Luther in 1518 zijn aflaatstellingen na de eerste Latijnse editie ook in de vereenvoudigde Duitstalige versie van de Sermon von dem Ablass und Gnade laat verschijnen kan opeens een breed publiek kennismaken met zijn ideeën, ook de gewone boeren en burgers. Het is meteen een bestseller, de persen draaien op volle toeren. In het jaar 1518 verschijnen er in Duitsland twaalf edities van het boek. De grote woordenoorlog is begonnen.

1519

Het is niet Paus Leo X die als eerste Luthers opvattingen als gevaarlijke ketterij veroordeelt, dat zijn de theologen uit Leuven, de leerlingen die professor Adrianus daar had opgeleid. Zij schrijven een concept waarin zij Luthers beweringen stelselmatig proberen te weerleggen. Om zeker te zijn van hun zaak vragen zij advies aan hun collega´s in Keulen en sturen ze een kopie aan hun vroegere voorman kardinaal Adrianus van Utrecht in Spanje. Deze antwoordt hen op 4 december 1519 vanuit Papiol, een stadje dicht bij Barcelona.

Leuvense theologen tegen Luther. ‘Geachte en zeer geleerde collega´s, dierbare vrienden,’ schrijft kardinaal Adrianus in het commentaar dat later als inleiding wordt toegevoegd aan de publicatie van de Leuvense theologen, ‘Ik heb de dwalingen gezien die u uit verschillende geschriften en traktaten van Luther, magister in de heilige theologie, aan mij toestuurt met uw commentaar. Ze lijken me zulke elementaire en tastbare ketterijen te bevatten dat geen student theologie, zelfs geen beginneling, zo zou kunnen uitglijden. Luther laat zich nog het meest als ketter kennen wanneer hij zich bereid verklaart voor zijn stellingen de brandstapel te ondergaan. U doet er goed aan en verdient alle lof dat u met al uw vermogen ingaat tegen deze pestdragende stellingen, met het tegengif van een leerstellige veroordeling.’

 

1520

Op 25 april 1520 wordt Adrianus door keizer Karel van Habsburg tot stadhouder van Spanje benoemd. Op 15 juni van dat jaar verschijnt de pauselijke bul Exsurge Domine, waarin paus Leo X de katholieke gelovigen verbiedt om enig geschrift van Luther te lezen of te bezitten. Waar iemand zijn boeken ontdekt moeten die in het openbaar worden verbrand. Op 8 oktober 1520 vindt in Leuven dan ook de eerste publieke verbranding plaats, meer dan 80 exemplaren van Luthers boeken worden aan de vlammen prijs gegeven. Luther reageert op 10 december bij de Elsterpoort in Wittenberg door op zijn beurt de pauselijk bul in brand te steken, samen met een stapel scholastieke en kerkrechtelijke boekwerken. Een excommunicatie van de rebelse monnik kan nu niet meer uitblijven.

 

1521

En inderdaad: Op 3 januari 1521 doet paus Leo X Maarten Luther in de kerkelijke ban met de bul Decet Romanum Pontificem. Drie maanden later, op 7 april, verschijnt het eerste bevelschrift tegen het besmettingsgevaar van de ketterij in Spanje. Adrianus is daar naast kardinaal ook grootinquisiteur en hij vaardigt een officiële richtlijn uit tegen de geschriften van Luther.

‘Wij zijn geïnformeerd,’ schrijft Adrianus in een opdracht aan de Inquisitie van Aragon, ‘dat sommige personen hun inspanningen hebben opgevoerd om de werken naar Spanje te brengen die Maarten Luther recent geschreven heeft. Zij doen dat om onrust te zaaien. Die boeken zouden in het Spaans zijn gedrukt om hier te worden gepubliceerd en verkocht. Het is van het grootste belang, voor de eer van God en de verheffing van onze heilige katholieke kerk, dat deze werken niet worden gepubliceerd en verkocht en dat ze nergens in dit koninkrijk zullen verschijnen, omdat ze ketterse dwalingen bevatten en vele andere verdachte uitspraken doen over het geloof.’

Na deze oproep van grootinquisiteur Adrianus op 7 april 1521 groeit het publiekelijk verbranden van Luthers verboden boeken onder toezicht van de inquisitietribunalen uit tot een dagelijks schouwspel in de Spaanse steden. 24 min

HIER STA IK. Tien dagen later in Duitsland, op de Rijksdag van Worms. De Duitse vorsten en prelaten voelen Maarten Luther aan de tand over zijn onorthodoxe geloofsopvattingen, sommigen roepen hem op om zijn ketterse uitspraken af te zweren. Maar de Wittenbergse hoogleraar wijst dat verzoek van de hand, in aanwezigheid van de roomse keizer Karel. Alleen getuigenissen van de Heilige Schrift of overtuigende bewijzen kunnen mij in het ongelijk stellen, zo besluit Luther zijn historische rede tot de Rijksdag, op 18 april 1521. ‘Want ik geloof noch de paus, noch de concilies alleen, omdat het zonneklaar is dat zij zich herhaaldelijk hebben vergist en zichzelf hebben tegengesproken. Ik kan alleen overwonnen worden door de Heilige Schriften die ik heb aangehaald. En aangezien mijn geweten gevangen is in Gods woord, kan ik en wil ik niets herroepen, omdat het bezwaarlijk, onheilzaam en gevaarlijk is om tegen het geweten in te handelen. God moge mij te hulp komen. Amen. Hier ben ik.’

Zijn protestantse medestanders vatten die laatste strofe meteen kernachtig samen in de bekende slogan: hier sta ik, ik kan niet anders.

Op 26 mei 1521 wordt Luther, na de pauselijke veroordeling door Leo X, ook in de keizerlijke ban gedaan door het Edict van Worms. Vanaf nu is hij vogelvrij, zijn landgenoten krijgen de opdracht hem aan het gezag uit te leveren en zijn boeken te verbranden. Maar Luther is eerder al, vermomd als Jonker Jörg, ondergedoken in het kasteel de Wartburg om aan vervolging te ontkomen. Daar schrijft hij, dankbaar gebruik makend van de Griekse editie van Erasmus, zijn Duitse vertaling van het Nieuwe Testament.

 

1522 - 1523

Luther trotseert het opsporingsbevel dat tegen hem is uitgevaardigd. In maart 1522 verlaat hij de Wartburg en loopt hij al weer als een vrij man door Wittenberg en neemt hij de leiding van de evangelische beweging weer op zich, ook om te voorkomen dat sommige al te heethoofdige symphatisanten met zijn gedachtegoed aan de haal gaan en zijn volgelingen op verkeerde ideeën brengen.

 

ADRIANUS’ TOCHT.

In diezelfde maand maart 1522 begint de dan net gekozen paus Adrianus VI zijn lange tocht van Spanje naar Rome. Ik heb het logboek dat Adrianus’ hofkapelaan Blas Ortiz tijdens deze tocht heeft bijgehouden in het Itinerarium Adriani Sexti laten vertalen en ben deze route nagereisd. Dat verslag werpt een onverwacht licht op Adrianus’ persoonlijkheid en levert verrassende beschrijvingen op.

Hij wordt voortgedreven langs de havensteden van de Middellandse Zeekust, haastig op weg naar Rome om de christenheid van de ondergang te redden, foeterend op de mondaine Toscaanse kardinalen. ‘Jullie gedragen je als koningen’, roept hij hen vermanend toe in Livorno. ‘U zou er beter aan doen schatten voor de hemel te verwerven’. Snappen die adellijke ijdeltuiten dan niet wat er op het spel staat? Voordat ze van de schrik kunnen bekomen haast Adrianus zich alweer naar zijn schip om de reis naar Rome voort te zetten. Die bijna slapstickachtige filmscene van een haastige paus met een zwerm prelaten achter zich aan, komt in het reisjournaal van Ortiz een paar keer terug. We zien hier een onverschrokken kerkvorst in actie die niet wil rusten voordat hij zijn heilige opdracht als herder van de katholieke kudde heeft vervuld. Desnoods met gevaar voor eigen leven.

PAUS Adrianus VI.

Wat kan Adrianus nog doen om de evangelische opstand te bezweren als hij eindelijk in Rome is aangekomen om daar tot paus te worden gekroond, op 31 augustus 1522? Als weinig anderen in het Vaticaan beseft Adrianus hoe bedreigend de godsdienstcontroverse in Duitsland is. Het draait niet alleen om de persoon van Maarten Luther en zijn onorthodoxe opvattingen, nee de oorzaak schuilt dieper, weet de nieuwe paus, in de conditie van de hele katholieke Kerk en in het misbruik van haar macht. Maarten Luther, als jongeling zo beïnvloed door de lekenvroomheid van de Broeders van het Gemene Leven, heeft zich ontpopt als een volksschrijver die zijn landgenoten het liefst aanspreekt in hun eigen, robuuste taal. Hij manifesteert zich als een polemist en een profeet die de Duitsers wil bevrijden van de valse, duivelse leer van Rome. Voor Luther geldt alleen het woord van het evangelie, en de persoonlijke relatie die elke gelovige met God onderhoudt.

 

MEA CULPA.

Adrianus stuurt om te beginnen zijn gezant Francesco Chieregati naar de Duitse Rijksdag van Neurenberg eind 1522, in de hoop dat hij de gemoederen daar kan sussen en de Duitsers ervan kan weerhouden om zich bij Luther aan te sluiten.

Het kan toch niet zo zijn – laat Adrianus zijn afgezant zeggen tegen de prelaten en prinsen van Duitsland - dat ‘elke tendentieuze en perverse figuur’ de vrijheid heeft om de eeuwenoude posities van de Kerk zo maar omver te gooien? Citaat: ‘Als Luther en de zijnen de besluiten van de heilige vaders veroordelen, de heilige kerkelijke wetten en besluiten verbranden, alles op hun kop zetten naar hun willekeur en de hele wereld in verwarring storten, is het duidelijk dat zij als vijanden en verstoorders van de openbare vrede moeten worden vervolgd door wie die vrede een warm hart toedragen.’

Maar dan steekt paus Adrianus zijn hand in eigen boezem. ‘Wij geven volmondig toe’, zo laat Adrianus zijn gezant Chieregati begin januari 1523 zeggen tegen de bisschoppen en keurvorsten van Duitsland, ‘dat God de vervolging van zijn kerk toestaat vanwege de zonde van de mensen, vooral van de priesters en prelaten. Wij beseffen dat bij de Heilige Stoel gedurende enkele jaren veel verwerpelijke dingen zijn gebeurd, misbruik in geestelijke zaken, overdaad in benoemingen, ja dat alles zich ten kwade heeft gekeerd. Wij allemaal, prelaten en geestelijken, zijn van de weg der gerechtigheid afgeweken. Sinds lang is er niet één die iets goeds heeft gedaan, absoluut niemand. Zoals de ziekte vanaf hier is voortgewoekerd naar alle ledematen, zo zal ook hier de genezing moeten beginnen', zo belooft Adrianus aan de Rijksdag van Neurenberg, ’De hele wereld verlangt naar deze hervorming.’ 30 min

 

PAUS EZEL.

Adrianus roept op tot nederigheid, gewetensonderzoek en boete. Hier klinken de lessen van de Moderne Devotie door: laat iedereen bij zichzelf te rade gaan waar hij tekort geschoten is. Deze rede voor de Duitse rijksdag, die bekend is geworden als de Instructio van paus Adrianus, is een ongekend mea culpa in de geschiedenis van het pausschap. Maar de geesten zijn al te ver uiteen gedreven, Luther laat zich er in elk geval niet door vermurven, hij noemt Adrianus even later een Leuvense pausezel, hij noemt hem de duivel en de vleesgeworden antichrist. U ziet hier een afbeelding uit een satirisch vlugschrift dat Luther en zijn rechterhand Melanchton in 1523 uitbrachten onder de titel: De Papstesel zu Rom.

 

Adrianus verzoekt zijn oude vriend Erasmus om snel naar Rome te komen om hem helpen in zijn woordenstrijd met Luther. ‘Geliefde zoon, Wij sporen u aan om uw pen te oefenen tegen die nieuwe ketterijen. U hebt een grote geesteskracht, een ruime geleerdheid, een vlotheid van schrijven zoals maar weinig anderen.’ Erasmus zou aan God, aan zijn land en aan de hele christelijke wereld geen grotere dienst bewijzen dan de ‘even dwaze en boerse als goddeloze ketterijen’ van Luther met sterke argumenten en bewijzen uit de Heilige Schrift te weerleggen.

Het antwoord volgt pas maanden later, rond 22 maart 1523. Daarin slaat de humanist de uitnodiging om naar Rome te komen koeltjes af. Erasmus klaagt dat hij zowel door de Luthersen als door de katholieken wordt belasterd en in stukken gescheurd. De Rotterdamse humanist probeert zich voortdurend te wapenen tegen de aantijgingen dat híj het is die de Wittenbergse monnik op verkeerde ideeën heeft gebracht, dat híj Luthers wegbereider is geweest.

Hij is hoe dan ook de gebeten hond, klaagt Erasmus, daarom weigert hij om zijn handen in dit wespennest te steken door openlijk partij te kiezen en naar Rome te komen. Als excuus gebruikt hij de vermoeiende reis vanuit Zwitserland met de bedompte herbergen onderweg en de slechte wijn die ze er schenken. En hij klaagt over zijn zwakke gezondheid.

Het is Adrianus niet gelukt de gezaghebbende Erasmus als zijn bondgenoot in te lijven. En dat is een bittere teleurstelling. Maar zou het hebben geholpen? Wat Erasmus en Adrianus voor ogen stond, een kerkelijke en geestelijke hervorming om de godsdiensttwist met Luther te bezweren, is tijdens hun briefwisseling eind 1522 en begin 1523 al een gepasseerd station. Er is geen ruimte meer voor nuancering, voor matiging of wijsheid. De breuk is niet meer te helen.

DEFINITIEVE BREUK.

Op 28 maart 1523 roept Luther de leden van de Duitse religieuze ordes op om hun kerkelijke beloften te breken, een vrouw te nemen en de bezittingen van hun kloosters onder elkaar te verdelen. Nogmaals beschimpt hij de Nederlandse paus als een ‘blinde tiran, een huichelaar, een speciale dienaar van Satan.’ In juli belanden de twee Augustijner monniken Hendrik Voes en Jan van den Essen als eerste martelaren van de Reformatie op de brandstapel op de Grote Markt in Brussel.

 

DE HERVORMERS.

Adrianus, Erasmus en Luther snakten alle drie naar een hervorming van de kerk, maar kozen tenslotte totaal verschillende paden om dat doel te bereiken.

Erasmus is de intellectuele commentator, de genuanceerde bronnenonderzoeker, de man van de taal, niet van de actie. Hij kan zich vinden in een aantal van Luthers grieven, maar stemt niet in met zijn theologie van de zondige mens en al helemaal niet met zijn agressieve stijl. Erasmus kiest voor de dialoog en de verzoening, hij verafschuwt het ‘gewoel’ dat Luther teweegbrengt. Die had hem in 1519 nog openlijk om zijn steun gevraagd: ‘Erken, mijn waarde Erasmus, als u wilt dit broedertje in Christus.’ Erasmus had dat afgewimpeld: ‘Ik houd mij zoveel ik kan neutraal, om des te beter de opbloeiende bonae litterae, de schone letteren van nut te zijn.’ Hij had Luther voorgehouden dat hoffelijke bescheidenheid meer bereikt dan onstuimigheid en hem aanbevolen voorzichtig te zijn tegenover de paus en de vorsten. Als in 1520 Luthers De captivitate babylonica verschijnt, zijn frontale aanval op de Kerk en de sacramenten, weet Erasmus dat Luther niet gered wil worden en dat elke poging tot bemiddeling zinloos is geworden.

 

Luther laat zich aanvankelijk door Erasmus inspireren maar vindt hem algauw een angsthaas die niet durft door te bijten. De twee delen hun kritiek op de kerkelijke misstanden, hun scepsis over de oude theologie. Maar Luther gaat veel verder in zijn afwijzing van de roomse geloofspraktijken. Hij is een gekwelde ziel, die worstelt met de duivel en koortsachtig op zoek is naar de goddelijke genade. Enkel en alleen door het geloof kan de mens zijn zaligheid bereiken, niet door goede werken of andere hulpmiddelen als de aflaten of de sacramenten. De onvermijdelijke consequentie is een breuk met de rituelen die de Kerk in de loop van eeuwen heeft ontwikkeld om de gelovigen te verzekeren van een mooie plek in het hiernamaals. Dat overdonderende inzicht is bij de jonge theologieprofessor uit Wittenberg in enkele jaren gerijpt tot een krachtige overtuiging. Hij laat zich niet meer van de wijs brengen, gaat recht op zijn doel af, roekeloos zelfs. Dat bewijzen zijn publieke optredens en de openbare verbranding van de pauselijke bul die hem veroordeelde.

Er wordt wel eens gezegd dat Erasmus het ei heeft gelegd van de reformatie en dat Luther het heeft uitgebroed. Zijn hervormingsdrang leidt tenslotte tot revolutie en geweld, ook al propageert hij dat zelf zeker niet.

 

Adrianus.

Paus Adrianus VI wordt vanaf de eerste dag in het Vaticaan gedreven door de wens om de misstanden in de kerk met wortel en tak uit te roeien. In zijn eerste Consistorium, het beraad met het heilig college, op 1 september 1522, richt hij zich in de scherpste bewoordingen tot zijn kardinalen. Het vergaat de christenen nu zoals vroeger de joden, die door God met telkens nieuwe plagen werden bezocht. ‘De Heilige Bernardus heeft gezegd: wie met zonden is overdekt, kan de stank van het vuil niet meer ruiken’. Adrianus doet een oproep aan de kardinalen om alle bedorven elementen uit hun omgeving te elimineren en genoegen te nemen met een jaarlijks inkomen van 6000 dukaten. Het is hun heilige plicht om een goed voorbeeld te zijn voor alle gelovigen en hem te helpen met zijn hervormingen.

Deze klare taal is in het Vaticaan niet eerder gehoord. ‘Alles siddert’, schrijft de Venetiaanse ambassadeur in Rome. De stad verkeert in angst en beven door wat de paus in de eerste acht dagen van zijn pontificaat teweeg brengt. Adrianus kiest voor een sobere hofhouding, ook omdat de lege schatkist hem ertoe dwingt, het Vaticaan staat voor 800.000 dukaten in het krijt bij banken en kredietverstrekkers. Er ontstaat een ware exodus van duurbetaalde kunstenaars en schrijvers. De Italianen klagen dat het Vaticaan, tot voor kort het middelpunt van literatuur, schilderkunst en architectuur, in een stil klooster begint te veranderen. Ze hebben geen oog voor Adrianus’ hervormingsdrang of geldgebrek.

In het jaar dat de Nederlandse paus in het Vaticaan resideert komt er van zijn beloofde hervormingen weinig terecht. Het lukt hem niet de handel in ambten en aflaten in te dammen. De tegenstand is te krachtig, de tijd is te krap. Een grote teleurstelling is ook dat het hem ondanks zijn hartstochtelijke oproepen niet lukt de Europese vorsten te verenigen in een gezamenlijke kruistocht tegen de oprukkende moslimlegers van sultan Süleyman, die voor de poorten van Belgrado en Rhodos staan.

DOOD ADRIANUS.

Op 14 september 1523 overlijdt Adrianus van Utrecht, 64 jaar oud, moegestreden, na een ziekbed van meer dan vijf weken. Zijn lichaam wordt de volgende dag in de Sint Pieter opgebaard. Voordat het wordt begraven zien de Spanjaarden die de lijkbaar bewaken Adrianus’ ledematen tot ontbinding overgaan en blauw worden. Maar de autopsie geeft geen aanleiding om te vermoeden dat Adrianus het slachtoffer is geworden van een moordaanslag. Toch beginnen meteen de geruchten rond te zingen over een onnatuurlijke dood en eigenlijk zijn die nooit verstomd. Ik heb de uitvoerige beschrijving van Adrianus’ ziekte en lijkschouwing voorgelegd aan enkele deskundigen en met de kennis van nu mogen we constateren dat Adrianus niet is vergiftigd, maar dat hij hoogst waarschijnlijk is overleden aan een bloedvergiftiging als gevolg van een urinewegontsteking.

Vergiftigd of niet, Adrianus wordt door zijn humanistische, Romeinse critici uitgezwaaid met een hekeldicht, zo blij zijn ze dat ze van de zuinige Nederlandse hervormingspaus, deze barbaar uit het noorden die ze al wantrouwden voordat hij in Rome was aangekomen, zijn verlost:

 

Adrianus, onbetrouwbaar als de zee,

Huichelachtig, gierig, wreed en jaloers,

Door iedereen gehaat, geliefd door niemand

Magiër, tovenaar, afgodsdienaar, ijdeltuit

Boers, meedogenloos, onmenselijk

Leugenaar, verrader, dief en veelvraat,

Eenzame, beestachtige duivelskunstenaar.

 

Op 19 november 1523 kiest het conclaaf in de Sixtijnse kapel kardinaal Giulio de' Medici, de neef van de vorige paus Leo X, tot Adrianus’ opvolger. Wanneer deze tot paus Clemens VII wordt gekroond kan Rome opgelucht ademhalen. De Florentijnse dynastie is weer aan de macht, de oude orde lijkt hersteld. Het zou vierenhalve eeuw duren voor er weer een niet-Italiaan tot paus werd gekozen, de eerstvolgende vreemdeling die die eer te beurt viel was de Pool Karol Wojtyła, paus Johannes Paulus II, in 1978.

 

VREEMDELING IN ROME

Pas na Adrianus’ dood, in september 1524, durft Erasmus tegen Luther te schrijven in het tractaat De libero arbitrio/ Over de vrije wil. Weer anderhalf jaar later dient Luther hem van repliek met De servo arbitrio/ Over de slafelijke wil. De twee denken totaal verschillend over het vermogen van de mens om door eigen inspanningen en goede werken de eeuwige zaligheid te bereiken. Luther stelt vast dat ‘der freie wille nichts sey’, de mens kan proberen wat hij wil, maar blijft totaal overgeleverd aan de genade van God.

Erasmus is ontsteld dat Luther hem beticht van verachting van de heilige schrift en vernietiging van de religie: ‘Luther is een venijnig beest!’, schrijft hij verontwaardigd.

 

PAUS HUIZE.

Het is wrang dat Adrianus zijn Utrechtse huis – het huidige Paushuize - nooit heeft kunnen aanschouwen omdat hij tenslotte naar het Vaticaan werd geroepen. Maar sinds kort is hij, zij het gebeeldhouwd in brons, alsnog teruggekeerd in de stad waar hij zo graag zijn laatste dagen gesleten had. Het is een treffend portret, gemodelleerd naar het schilderij dat de Utrechter Jan van Scorel in 1523 in Rome van hem maakte. Hier staat geen rijk uitgedoste pontifex maximus met een tiara op zijn hoofd, maar een eenvoudige kloosterling, een dorpspastoor, met een mutsje op zijn kruin en een herderlijke stok in de hand.

Toch past het niet om Adrianus af te blijven schilderen als de arme nakomeling van een eenvoudige Utrechtse timmerman aan wie zijn aandeel in de Europese geschiedenis maar is overkomen, min of meer per toeval. Bij elke stap in zijn carrière – behalve misschien het pausschap - had Adrianus kunnen bedanken voor de eer, maar dat deed hij niet. Hij moet een gerespecteerde netwerker zijn geweest, een begaafde diplomaat aan wie je de lastigste onderhandelingen kon overlaten, een betrouwbare leider die zijn besluiten nauwgezet overwoog.

Eenmaal in Rome aangekomen verpulverde zijn missie-ijver in stuurse vijandigheid. Hij verloor zijn diplomatieke geduld en vervreemdde zich met zijn Nederlandse entourage en zijn opgeheven vinger van de Italianen. Er waren er maar weinig die konden voldoen aan zijn hooggestemde idealen van de Moderne Devotie.

 

PAUS FRANCISCUS


Adrianus was als een vreemdeling naar het Vaticaan gekomen en zo is hij er ook gestorven. En al is hij ogenschijnlijk maar een voetnoot tussen twee renaissancepausen, in Rome zelf heeft Adrianus’ reputatie de eeuwen kennelijk toch weten te trotseren. Vlak nadat de Argentijnse kardinaal Bergoglio op 13 maart 2013 tot paus was gekozen, overlegde hij met zijn confraters welke naam hij zou aannemen. Een van de kardinalen suggereerde: ‘Je zou je Adrianus moeten noemen, want Adrianus VI was een hervormer en er moet worden hervormd’. De nieuwe paus heeft zoals we weten een andere naam gekozen, maar de suggestie was zo gek nog niet. De verwantschap tussen de Nederlandse paus Adrianus en de Argentijnse hervormer paus Franciscus is, ondanks grote verschillen, evident. De hervormingsvoorstellen, waar de Nederlandse paus tijdens zijn korte pontificaat vergeefs voor had geijverd, kregen tientallen jaren na zijn dood alsnog hun beslag tijdens het Concilie van Trente, dat in 1545 begon. Adrianus wordt ook wel de eerste paus van de Contrareformatie genoemd, dat was de katholieke reactie op Luthers reformatie.

 

 

 

 

Moderne Devotie

 NEDERLANDS IMMATERIEEL  ERFGOED            

 

25 jaar jublileum St.Thak cor 003

Frits van Oostrum en Mariska  van Beusichem

foto Bert Pierik

Prof. dr. Frits van Oostrom pleit met betrekking tot de Moderne Devotie voor een tot de verbeelding sprekend onderzoeksproject, met Europese uitstraling. En nog meer is hij voor plaatsing van de Moderne Devotie op de  de lijst van Nederlands Immaterieel Erfgoed

Voor zijn lezing en zijn stevige conclusies (blz. 12)  Klik hier

 

Citaat van Thomas a Kempis:

Probeer geduldig andermans gebreken te verdragen; je bent zelf ook niet volmaakt, en anderen moeten met jouw tekortkomingen leven.

 

Thomas a Kempis video Windesheim Honours College

 https://youtu.be/PkVBGpM4c30

 

Navolging van Christus als luister boek:

https://librivox.org/de-navolging-van-christus-by-thomas-a-kempis/

 

 

Op de weg naar de eregalerij van het Rijksmuseum met o.a. de
Nachtwacht van Rembrandt, het Melkmeisje en Gezicht op Delft van
Vermeer, is een glas-in-loodraam waarop Thomas a Kempis is
afgebeeld. In het voorportaal van de eregalerij staat hij prominent
naast Plato in gebrandschilderd glas. Zijn boekje ‘De Imitatio’ houd hij
geopend in zijn rechterhand, met zijn linkerhand wijst hij naar boven.

 

 

 

Glossy 'THOMAS'

Thomas rood

Ter ere van het 25-jarig jubileum heeft de stichting een glossy uitgebracht, getiteld 'THOMAS'.

Verkrijgbaar in de boekhandel en bijv. bij BOL.COM.

Lees hier meer over Glossy THOMAS

Moderne Devotie, trefzekerheid ten opzichte van het gewone, juistheid in ons oordelen en correctheid in ons gedrag

(uit teksten van Emile Gemmeke, 0.Carm.)

RAPIARIUM

 

1994 Rapiarium nr 20 allerlaatste

Bijna 20 jaar oud, maar nog net zo actueel

als de 'Navolging'.

Zie rubriek Thomas >> Literatuur