Zomeravondontmoetingen 2014, Gottfried van Eck

2014 1 tekst 1-klein

 2014 1 zomeravond muziek

Niet mijn eigen woorden, maar die van koning Salomo in het Bijbelboek Prediker. Wijze woorden, klare taal. Het zou mijn testament kunnen zijn. Wat laat ik achter na vierenveertig jaar leven en langzaam sterven? Mijn afgesleten pij is voor een bedelaar, mijn dierbare boeken voor leergierigen in het Fraterhuis. Verder bezit ik niets. Ja, nog een zak vol botten, mijn uitgemergelde lichaam. ‘Broeder ezel’, noemde Franciscus van Assisi zijn onwillige lijf. Die ezel van mij geef ik straks met liefde aan broeder Hein. Magere Hein. Net als de wijze Salomo heb ik de genoegens van het leven volop gesmaakt en de vreugde van wijn meer dan eens geproefd. Een zelfingenomen snotaap was ik.

2014 1 zomeravond spreker Gottfried van Eck

Verwende zoon van Werner Grote, een welgesteld Deventer lakenkoopman, later  zelfs even burgemeester. Enig kind en dus grote lieveling van mijn moeder Helwich. Met een gouden paplepel in de mond ben ik geboren. Van kindsbeen af aan lachte het leven me toe. Tot het mij op een dag begon uit te lachen. Ik zag de grimas van de dood. De pest grijnsde naar ons jonge, blakende gezin. Mijn beide ouders is het lachen snel vergaan. Ik was nog maar tien. 
Zo werd ik een vroegwijs, ingekeerd joch. Een loner, een eenzame ziel. Maar wel een met een rijke erfenis. Mijn oom Jan, dorpspastoor, wist wel raad met mij. Hij gaf me boeken. ‘Je moet leren, jongen. Wijsheid en kennis opdoen. Dan kom je verder in het leven.’ Zo kon ik mijn pijn vergeten. Met mijn neus in de boeken kon ik de aanblik van de dood ontwijken. Als jonge puber ging ik naar Parijs om er de eeuwige student uit te hangen. Vrije Kunsten studeren om een vrij mens te worden, dat leek me wel wat. Grammatica, logica, retorica. Later ook filosofie, theologie, rechten. Moeizaam getob? Soms. Lucht en najagen van wind? Welnee. Want wijsheid is nuttiger dan dwaasheid. Prediker zei het zelf al. 
Eerlijkgezegd was ik vast van plan om nooit af te studeren en altijd in Parijs te blijven. Mijn erfenis was nog lang niet op en van al die boeken kon ik geen genoeg krijgen. Maar op een dag begon mijn geboortestad Deventer te trekken. Bovendien wilde oom Jan me weer es zien. Ik reisde terug naar huis – maar wat is thuis? Wat is een ouderlijk huis zonder ouders? In het verre Parijs was ik mijn lege huis en lege hart bijna vergeten. Gelukkig. Terug in Deventer lachte het leven me weer uitbundig toe. Ik wist een paar goedbetaalde, prestigieuze baantje te be machtingen in de Domkapittels van Utrecht en Aken.Het werk stelde weing voor.    

Want ik kon het leven als eeuwige student gewoon rustig voortzetten: beetje lezen, beetje schrijven, lekker stukje vlees eten, goed glas wijn erbij. Allemaal op kosten van de kerk. Is die kerk toch ergens goed voor! 
Maar het leven gebeurt, terwijl je druk bezig bent met andere dingen. Ineens was daar weer die akelige grijns, die grimlach van de dood. Ik schrok me wild. Broeder Hein lag naast me in bed. Ik was tweeëndertig en werd doodziek. Ik dacht dat het einde daar was. Was dit dan mijn leven? Wat moet er straks op mijn grafsteen staan? 
‘Geert. Zijn naam was Grote, zijn daden waren kleine.’ Heb ik niet groots geleefd? Ja, maar voor wat, voor wie? 
Wie ben ik? Arm weeskind. Rijke kanunnik. Eeuwige student. Is dat alles? Ben ik een dwaas of een wijs man geweest? Ach, wat maakt het uit met de dood voor ogen. Prediker zegt: “Zowel de wijze als de dwaas zal snel worden vergeten.” Dat is niet eerlijk. Ik protesteer!

‘Broeder Hein, zeg tegen de Allerhoogste dat je veel te vroeg komt. Ik smeek je: geef me respijt. Natuurlijk, mijn leven behoort mij niet toe en is in Gods handen. Maar het is nog lang niet klaar. Toe, geef me nog tien, elf, twaalf jaar, meer hoeft echt niet. Daarna mag je me komen halen, zonder tegensputteren zal ik met je meegaan. Dan is mijn broeder ezel voor jou en mijn ziel voor God.’ Het bleef akelig stil. Maar opeens stapte Broeder Hein uit mijn doodsbed en verdween zonder te groeten. Ik genas en kreeg een nieuwe kans. Tijdens mijn herstel heb ik het licht gezien. Het was alsof de wijsheid die ik tot dan toe alleen maar had bestudeerd nu als een zon in mijn lijf was neergedaald en daar begon te schijnen, te schitteren, te branden. Voortaan wilde ik vanuit die vleesgeworden wijsheid, die brandende waarheid leven. Ik zou mijn leven in dienst stellen van God en mensen. Klinkt zo simpel, maar is het niet. Mijn ego moet sterven, een helse klus. Ik besluit in de leer te gaan bij de Kartuizer monniken in Arnhem. Daar ontdek ik de vreugde van de eenzaamheid en stille omgang met God, ik maak kennis met het feest van de ascese, de onthouding van aardse genoegens. Het geeft me plezier en voldoening zoals ik die nog nooit eerder heb ondervonden. Na een paar jaar keer ik terug naar huis. Mijn peperdure kleren? Naar de kringloopwinkel! Mijn dagelijks menu van wijn en wildgebraad? Naar de 
voedselbank! Mijn ouderlijk huis? Naar de dak- en thuislozen. Bijzonder is dat alles niet, want in mijn tijd zijn wel  meer rijke, boetvaardige lieden die dit doen. 
Ik bid tot God dat deze daden het begin zullen zijn van een nieuw pad. Niet slechts van mijzelf, maar van de hele maatschappij. Ach, dat klinkt weer veel te hoogdravend. Sorry. Mijn oude, arrogante ego speelt weer op! Ik bedoel: hopelijk een nieuwe weg… van een handvol mensen dat bereid is samen te delen, samen te bidden en te werken. Moderne Devoten, eigentijdse gelovigen. Nee, ik wil helemaal geen nieuwe kloosterorde, met allerlei geloften en regels. We zullen samen leven en delen in vrijheid, niet onder dwang of toezicht. Mijn gebed wordt verhoord. In Deventer komt een zusterhuis en later ook een broederhuis. Mijn goede vriend Florens Radewijns geeft net als ik zijn eigen huis ervoor op. Er komen steeds meer gemeenschapshuizen, ook in andere steden. 
Steeds meer mensen zien in dat de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter wordt in plaats van kleiner. Maar je 
kunt het tij slechts keren door zelf een dam te bouwen. In Deventer houden we sit-ins op het marktplein, we dragen lompen en klagen passerende kooplui en regenten aan. (Tegenwoordig heet dat Occupy, geloof ik.) Ik trek overal rond en als arme dwaas roep ik de rijken der aarde op: ‘Bekeer u van jullie graaicultuur, van jullie brassen en zwelgen!’ Ook schrijf ik een pamflet tegen de spilzieke plannen voor die Domme toren van Utrecht, dat hemeltergende fallussymbool van een volgevreten bisschop. Ik krijg een preekverbod aan mijn broek, maar dat deert me niet. Ik doe wat ik moet doen en zeg wat ik moet zeggen. Mag het niet hardop gezegd, dan schrijf ik het wel op! Sommigen noemen mij: weldoener, leermeester, een roepende in de woestijn. Anderen zeggen: botte boeteprediker, moraalridder, scherpslijper. Goed, wat ik doe is misschien vloeken in de kerk. Maar soms is vloeken harder nodig dan mooipraterij en lofliedjes. De kerk is ziek. 
Doodziek net als de rest van de maatschappij. Ik kan het weten, want ik heb die ziekte en dood diep in de ogen gekeken. Prediker zegt: “Alles is lucht en najagen van wind.” Straks zal ik bezwijken aan de pest, opgelopen na een bezoek aan een stervende vriend. Het moet zo zijn. Ik heb immers beloofd om zonder morren met Broeder Hein mee te gaan. Na vierenveertig jaar is mijn stervensproces voltooid en zal ik God zien. Wat laat ik de wereld na? Tweeëndertig jaar dwaasheid? Twaalf jaar wijsheid? De balans lijkt negatief. Maar na mij komt iemand die groter zal zijn dan ik. Mijn navolger, Thomas van Kempen, is nog maar een kleuter van drie als ik sterf. Hij zal me nooit in levende lijve ontmoeten, maar toch leert hij mij goed kennen. Naast zijn spirituele bestseller ‘De imitatione Christi’ zal hij een prachtige biografie over mij schrijven. En daarin zal hij onder meer vertellen dat ik een groep volgelingen uit Zwolle heb gewezen op deze weldadige plek, de Nemeler- of Agnietenberg. Die leek me heel geschikt voor de bouw van een broederhuis. Thomas zal er zelf gaan wonen en werken. Vanaf deze berg zal hij mijn naam een beetje op de kaart zetten, maar vooral mijn geest van omkeer en inkeer verder laten waaien. 
Uw tijd mag over mij oordelen of ik het waard ben om te worden vergeten of te worden herdacht. Of mijn leven en idealen het navolgen waard zijn. Eén ding moet me nog van het hart. Ik ben een beetje jaloers op Thomas. Want hij heeft een mooie glossy gekregen en ik nog niet. Valt daar iets aan doen

 2014 1 tekst 5

Gottfrod van Eck        Even voorstellen:

Gottfrid van Eck (Amsterdam, 1962) is professioneel verhalenverteller, schrijver en muzikant. Al sinds zijn vroege jeugd is hij gefascineerd door de kracht van verhalen en het plezier van muziek. Na een academische studie theologie in Utrecht en zevental jaren als kerkelijk werker in\ Leusden en Apeldoorn besluit Gottfrid zich helemaal toe te leggen op zijn twee grote liefdes: het vertellen van verhalen en het maken van muziek. Vanaf 1998 presenteert hij met zijn trio Wilde Eend vertelconcerten, speelse combinaties van joodse verhalen en muziek uit Oost Europa. Daarnaast legt Gottfrid zich als verteller/schrijver steeds meer toe op historische verhalen,sagen en legenden. Sinds 1999 is hij intensief betrokken bij Stadsavonturen, een cultureel-historisch theaterbureau uit Utrecht. In hun opdracht heeft hij de storytrail (verhalenwandeling) ontwikkeld in steden zoals Utrecht, Amsterdam, Haarlem, Gouda, Den Haag, Deventer en Arnhem. Daarin wordt op theatrale en interactieve wijze de historie van een oude stad tot leven gewekt. In Deventer (her)ontdekte Gottfrid de bijzondere erfenis van Geert Grote en de Moderne Devotie en gaf dit een belangrijke plaats in zijn verhalenwandeling aldaar. Voor een jubileumfeest van het Meester Geertshuis in Deventer kroop hij al eens in de huid van Geert Grote (zie foto), maar in de toekomst hoopt Gottfrid een rondreizende (vertel)theatervoorstelling over deze 14e eeuwse maatschappelijke en spirituele inspirator te maken.
Als bestuurslid van de Stichting Vertellen zet Gottfrid zich in om het vertellen in Nederland meer bekendheid te geven, zowel op amateur als professioneel niveau.

Meer informatie: www.wilde-eendproducties.nl
info@wilde-eendproducties.nl

tel. 030 – 2888649 / 06 – 2831 6474

 

Contact

 

Secretariaat: 

Zuiderpad  31
8355 CC Giethoorn
Tel: 0521 36 24 52

Email: stuur een e-mail naar het secretariaat 

Rekeningnummer:
ING 09INGB0002445713  t.n.v. Stichting Thomas a Kempis, Zwolle

De Stichting Thomas a Kempis is in het bezit van een ANBI-verklaring.

citaat 4 tak

Moderne Devotie

is NEDERLANDS IMMATERIEEL  ERFGOED 

Nieuwe boeken  
 
oktober 2018
 
 
 
De laat-middeleeuwse Moderne Devotie (veertiende-vijftiende eeuw) staat equivalent aan vernieuwing van het geestelijk leven in de Lage Landen aan de vooravond van de Reformatie en aan de drie latere ontwikkelingen die daaruit zijn voortgekomen: het protestantisme, het humanisme en de zestiende-eeuwse binnenkerkelijke hervorming binnen de Rooms-Katholieke Kerk.
 
 
 
december 2018
 

Bij KokBoekencentrum is de Dialoog met novicen1 van Thomas Kempis uitgekomen, vertaald en ingeleid door Frank de Roo. Het is de eerste keer dat een Nederlandse vertaling van dit werk verschijnt.

 

Prof. dr. Frits van Oostrom en de  Moderne Devotie  

25 jaar jublileum St.Thak cor 003

Frits van Oostrum en Mariska  van Beusichem

foto Bert Pierik

Prof. dr. Frits van Oostrom pleit met betrekking tot de Moderne Devotie voor een tot de verbeelding sprekend onderzoeksproject, met Europese uitstraling. En nog meer is hij voor plaatsing van de Moderne Devotie op de  de lijst van Nederlands Immaterieel Erfgoed


Voor zijn lezing en zijn stevige conclusies (blz. 12)  Klik hier

(afbeelding Rana Berends)

 

 

Citaat van Thomas a Kempis:

Probeer geduldig andermans gebreken te verdragen; je bent zelf ook niet volmaakt, en anderen moeten met jouw tekortkomingen leven.

 

Thomas a Kempis video Windesheim Honours College

 https://youtu.be/PkVBGpM4c30

 

Navolging van Christus als luister boek:

https://librivox.org/de-navolging-van-christus-by-thomas-a-kempis/

 

 

Op de weg naar de eregalerij van het Rijksmuseum met o.a. de
Nachtwacht van Rembrandt, het Melkmeisje en Gezicht op Delft van
Vermeer, is een glas-in-loodraam waarop Thomas a Kempis is
afgebeeld. In het voorportaal van de eregalerij staat hij prominent
naast Plato in gebrandschilderd glas. Zijn boekje ‘De Imitatio’ houd hij
geopend in zijn rechterhand, met zijn linkerhand wijst hij naar boven.

 

 

 

Glossy 'THOMAS'

Thomas rood

Ter ere van het 25-jarig jubileum heeft de stichting een glossy uitgebracht, getiteld 'THOMAS'.

Verkrijgbaar in de boekhandel en bijv. bij BOL.COM.

Lees hier meer over Glossy THOMAS

Moderne Devotie, trefzekerheid ten opzichte van het gewone, juistheid in ons oordelen en correctheid in ons gedrag

(uit teksten van Emile Gemmeke, 0.Carm.)

RAPIARIUM

 

1994 Rapiarium nr 20 allerlaatste

Bijna 20 jaar oud, maar nog net zo actueel

als de 'Navolging'.

Zie rubriek Thomas >> Literatuur